De ochtend wandeling gaat naar de Svattifoss, precies weer een waterval. Vanaf de camping is het 45 minuten wandelen. Een pad dat omhoog gaat en soms te geciviliseerd is, leidt ons door het enige natuurlijke bos op IJsland. Bos is misschien een groot woord want de bomen blijven in dit harde klimaat vrij klein. Het aantrekkelijke van deze waterval is het decor waarin hij figureert, een halfrond keteldal van basaltpilaren.
Terug op de camping zijn wij in een mum van tijd rijklaar. Wij zijn nauwelijks op weg of de volgende gletsjertong komt in beeld. Een onverharde weg voert naar de Svinafellsjökull. Halverwege komen wij tot de conclusie dat wij ons vergist hebben in de afstand én in de staat van de weg die werkelijk erbarmelijk is. De keien en gaten zijn een marteling voor de bus én de inzittenden. Dus draaien wij om.
Nu rijden wij nog in de zon maar dat gaat snel veranderen. Een laaghangende wolk schuift snel onze richting uit en even later rijden wij in de regen en de mist. Daardoor missen wij de afslag naar het eerste meer met gletsjerijs. Het grotere meer, Jökulserlón, is niet te missen. Na de brug meteen linksaf naar een enigszins chaotische parkeerplaats. Het regent en het zicht is slecht. De ijsbergen met tinten van transparant, helblauw tot grijswit zijn ondanks de nevel of misschien wel dankzij, een bijna filmische enscenering. Een zeehond steekt zijn kop boven water. IJsbergen drijven onder de brug door naar zee. Wij zien af van een tochtje op het meer met een amfibievaartuig omdat het nauwelijks iets toevoegt aan hetgeen wij vanaf de kant al zien.
Met droog weer arriveren wij op de stadscamping in Höfn. Op de heuvel vinden wij een prachtige plek met rechts zicht op een soort wad met duizenden steltlopers en links de beijsde Vatnajökull met haar uitlopers in vorm van brede gletsjerbanen. De door An gemaakte zalmsalade vergezeld van een glas witte wijn bekroont deze mooie dag.






















Geen opmerkingen:
Een reactie posten