zaterdag 20 juli 2019

Water & water

Gisteren was een bewolkte koude dag met veel wind. Vandaag is er volop zon, weinig wind en een lekkere temperatuur.

Het schiereiland Snaefellsness is het doel van deze reisdag. Maar eerst wijken wij, mede op grond van het reisverslag van Marike en Ariën, af van de geplande route om bijzondere watervallen te zien.

Wat fascineert er nou zo aan een waterval dat wij daar in grote getale op af komen, observatieplatforms bouwen en eindeloos fotograferen en filmen? Is het het ontzag voor de tomeloze kracht en de schoonheid van het vallende water. Het besef van onze nietigheid en tijdelijke aanwezigheid op deze aarde  vergeleken met dit natuurverschijnsel dat al eeuwen continu stroomt en in staat is om zelfs een ravijn door basaltgesteente te slijpen? De IJslandse kunstenaar Olafur Eliasson, inderdaad die ook de rainbow maakte op het museum in Århus, heeft dit soort gedachten vorm gegeven door o.a. een waterval onder Brooklyn bridge te creëren en een zon in Tate Modern.

Genoeg bespiegelingen, de Hraunfossar watervallen zijn heel veel grote en kleine stromen die uit de wand van de rivier komen over een lengte van honderden meters. Waar het water vandaan komt is een raadsel.
De naast gelegen Brauanafoss is een kolkende waterval annex stroomversnelling die zich met veel geraas door een nauwe kronkelende kloof perst.

Wij mijden de steenslagwegen zoveel mogelijk omdat wij het geschud, gekraak en wegspringende stenen een te grote aanslag op ons ‘bussie’ vinden. Maar soms denken wij dat wij er toch aan moeten geloven en dan blijkt het gravel gedeelte onlangs geasfalteerd. Zo ook dit keer als wij het zuidelijke gedeelte van de 50 nemen naar Bórgarnes. Daarna door naar Stykkishólmur een druk bezocht plaats met veerdienst naar het eiland Flatey en de Vatnsfjordur.

Roni Horn, een Amerikaanse kunstenares, heeft in een prachtige gebouw op een klif de ‘Library of water’ gemaakt. Na betaling in het Vulkaanmuseum krijgen wij een code mee zodat wij zelfstandig het gebouw binnen kunnen. Schoenen uit en sloffen aan. Wij betreden de ruimte met gepaste voorzichtigheid. Er zijn geen andere bezoekers. 24 Tot aan het plafond reikende zuilen van glas gevuld met water van 24 verschillende gletsjers van IJsland. Op de vloer Engelse en IJslandse woorden die met weer te maken hebben. Na nog even wat foto’s van de moderne kerk te hebben gemaakt rijden wij richting Snaefellsjökull maar voordat wij die bereiken zijn wij het rijden met dit prachtige weer zat en stoppen in Olafsvík.

Het is zomer en heel veel IJslanders genieten van een weekend op de camping. Onze buurjongetjes vermaken zich met het smelten van marshmallows.

















vrijdag 19 juli 2019

Concert in de vuurtoren

Vandaag naar Drangsnes voor een boottocht naar Grímsey en bezoek aan het eiland. Overigens dit is een ander Grimsey dan het gelijknamige eiland dat net boven de poolcirkel ligt. Onderweg langs de fjord zie ik een nieuwsgierige zeehond zwemmen. En even verder dicht onder de wal, de spuitpluim van een walvis. Dus behalve vis is de naam blijkbaar nog niet zo slecht gekozen.

In Dragsness hangen nog echt vissen te drogen. Op eerdere plekken waren het vooral lege graten die, ons touristen, een goed beeld moeten geven van een nog levende visserij.

De hottubs aan de zeezijde van de weg trekken veel liefhebbers. Je moet wel eerst een koude harde noordenwind trotseren alvorens je verzaligd in het warme water glijdt. Althans zo stel ik mij dat voor. 

Een kleine boot brengt ons naar het eiland. Wij tweeën en Christina onze gids. Het eiland dankt zijn naam aan een man uit het binnenland van Noorwegen die hier naar toe zeilde en zich vestigde. Hoewel het eiland privé bezit is, de eigenaars zijn twee broers uit Drangsness, is het voor iedereen vrij toegankelijk. Op het strand ligt drijfhout afkomstig uit Siberië. Vroeger wel gebruikt om een huis en meubels te bouwen. 

Er nestelen hier zo’n 80.000 papegaaiduikers naast drieteenmeeuwen?, eidereenden en er is één nerts. Die lastpak proberen ze al tijden zonder succes te verwijderen.

Papegaaiduikers nestelen in een hol in de grond en leggen maar één ei. Als het jong kan lopen kan het nog niet vliegen. Het wordt door papa papegaaiduiker naar zee geduwd want zwemmen kunnen ze wel als de beste. Het zijn zo wie zo onhandige vliegers. Daar maakt de ‘jager’ op het strand gebruik van door ze met een heel groot schepnet te vangen en vervolgens als lekkernij te consumeren. Christina vindt dat doden van de puffins helemaal niks.


Wij stijgen via graspollen en uitkijkend voor gaten langzaam naar het hoogste punt. Daar staat een vierkante oranje vuurtoren. Wij gaan naar binnen en via een smalle trap zonder leuning bereiken wij de 1e verdieping. De akoestiek is hier heel goed en An zingt ‘Viva la musica’. Christina vertelt het verhaal van de dichteres die een onmogelijke liefde beleefde met een dominee. En dan begint ze het gedicht te zingen wat de dichteres hierover schreef. Hoewel wij er geen woord van begrijpen is het ontroerend om te zien hoe zij met volle overtuiging zingt. Wij genieten ervan!















donderdag 18 juli 2019

Leeg landschap

Vouwwagens zijn hier nog erg populair. Het gezin naast ons heeft een wat ouder exemplaar die ze in alle rust opzetten. De drie kinderen vermaken zich ondertussen prima met rennen en spelletjes doen. Kinderen zijn hier nog tot laat aan het spelen. Het is hier 24 uur per dag licht.  Het kost ons weinig moeite om het dagritme vast te houden.

Naast de camping bij het zwembad ligt een groot natuurgebied. Dus wij beginnen de dag met een wandeling. Het is een gevarieerd terrein met grassen, kraaiheide, tijm en andere planten. Er zijn een aantal kleine meertjes en het gebied gaat geleidelijk over in een lagune. Bij een meertje staat een observatie-hut. Erg aanwezig is de regenwulp die ons steeds probeert af te leiden van zijn nest of jongen. De tureluur kan er ook wat van en de Noorse sterns zijn bijna agressief als ze duikvluchten op onze hoofden uitvoeren. Bijzonder zijn de roodkeelduikers, waarvan sommigen jongen hebben. Ook erg leuk zijn de druk bewegende grauwe franjepoten, die er kleuriger uitzien dan de naam doet vermoeden.

Op een paar plekken in het terrein zijn kleine heetwaterbronnen met een temperatuur van 80 - 100 graden Celsius. Het hete water, dat ook gebruikt wordt voor de verwarming van huizen, vloeit hier zo maar uit de grond.

Wij rijden door wijdse valleien met slechts hier en daar een huis en nauwelijks auto’s. Weg nr. 61 voert naar Holmavik en verder naar Reykjanes. Hier is een hotel in een oud schoolgebouw en een verwarmd buitenbad. Op een aantal plekken verraden stoompluimen de aanwezigheid van hete bronnen.

Waren wij in het begin vooral op zoek naar de volgende ‘highlight’, nu zijn wij tevreden met alleen maar aanwezig zijn in dit prachtige landschap.