zaterdag 13 juli 2019

Stoom en heet water

De weg naar Reykjahlid is net geasfalteerd dus wordt ons een stuk steenslagweg bespaard. De plaats ligt aan het Myvatn meer, een paradijs voor watervogels.

Op weg naar de Krafla komen wij langs een  gebied dat geel, rood en andere aardtinten heeft. Het solfatarenveld Namaskard ook wel Hverir genoemd, aan de voet van de Namafjall (482m). Het zijn de neergeslagen mineralen en sulfaten uit de hete stoom die via allerlei spleten en pijpen uit de aarde omhoog stijgt. Er hangt een doordringende zwavelgeur.

Deze streek ligt in het jongere, vulkanisch actieve, middendeel van IJsland. De warmte die uit de aarde naar de oppervlakte komt wordt benut om huizen en kassen te verwarmen. Maar in de omgeving van de Krafla staat een 60 mW centrale. De hete stoom drijft hier de turbines aan. Het grootste deel van de huishoudens krijgt duurzame warmte via geothermie. Ook de elektriciteit wordt grotendeels in een proces met aardwarmte geproduceerd. 
Het bezoekerscentrum van de Krafla centrale geeft interessante informatie over hoe hier stroom wordt geproduceerd.

Vlakbij de centrale is de met blauw water gevulde krater van de Krafla  met daarnaast de kleinere Helvit krater. Van 1975 t/m 1985 was in dit gebied veel vulkanische activiteit.  Geel rode aarde door zwaveldampen, zwarte lavavelden, witte stoom en bruine wanden van de krater en hel groene begroeiing vormen de voornaamste kleuren van het palet in deze omgeving. 

De Blue Lagoon in de buurt van Reykjavík is het bekendste complex met warmwaterbaden maar daardoor ook erg druk en erg duur €80,- . Maar hier is een prima alternatief Jardbadshólar (Nature Baths). Het melkblauwe water heeft een temperatuur van 38 - 41 graden en bevat veel mineralen.

De lucht betrekt en even later regent het flink. Koud water op je hoofd terwijl de rest van je lijf zich behaaglijk in warm water bevindt.










Watervallen en walvissen

De nachten aan het Vledderdiep zijn stil maar hier was het nog stiller. Geen enkel motorisch geluid alleen af en toe een vogel. 

De weg naar de Dettifors waterval is een steenslagweg. De auto krijgt het zwaar te verduren. Alles kraakt en piept. Wij worden voortdurend door elkaar geschud. Er blijft een stofwolk achter ons hangen. Soms lijkt de weg een wasbord. Wij ontdekken dat iets harder rijden toch comfortabeler is. Het landschap is een soort maanlandschap, zwarte grit bezaaid met stenen en rotsblokken. Het schijnt dat de Amerikaanse astronauten hier geoefend hebben voor de maanlanding. Wij rijden op een hoogvlakte en begrijpen niet waar de waterval is tot wij bij de Dettifors zijn en zien dat het water daar naar beneden stort in een in de rotsen uitgesleten rivier. Hier bevindt zich een canyon. De waterval is de grootste op IJsland. Over een breedte van 100 m stort een enorme massa bruin water naar beneden. Tonnen klei verdwijnen zo jaarlijks in zee. De zon schijnt en in de mist van de verstuivende waterdeeltjes zijn een tweetal regenbogen te zien.

Bij Asbyrgi is ook nog een canyon maar de rivier is lang geleden verdwenen. In plaats daar van is een parkachtig landschap ontstaan met een gevarieerde vegetatie. Berken en Sporkehout met een weelderige ondergroei van bloemen en kruiden. De wandeling voert ons over het golfterrein naar een pad langs de steile basaltwand van de kloof. Via trappen en met behulp van een touw bereiken wij de rand van de wand, waar een smal voetpad ons verder leidt. Regelmatig zit er een jonge koperwiek op het pad.

De weg langs zee voert ons langs Knararbrekkutangi de plek, maar dat weten jullie ongetwijfeld, waar al sinds eeuwen drijfhout vanuit Siberië aanspoelt. Met dat hout bouwden de bewoners van deze streek huizen en schepen.

In Húsavík schepen wij in op een houten vissersboot die nu toeristen meeneemt om walvissen te bekijken. Al vrij snel zien wij onze eerste walvis, een bultrug, die zich tegoed doet aan de enorme hoeveelheid krill die zich in deze baai bevindt.  Het fotograferen van zo’n imposant dier is niet eenvoudig. Gelukkig is het gedrag redelijk voorspelbaar. De bultrug meldt zich met een waterfontein. Hij blijft dan enige tijd vlak onder de oppervlakte waarbij hij drie tot vier keer ademhaalt en vervolgens komt hij wat meer boven water om met een fraaie staartbeweging een aantal minuten onder water te verdwijnen. Die staart is het meest fotogeniek tenzij je het geluk hebt om een frivole sprong van deze kolos te kunnen vastleggen. Voorlopig ben ik al blij om die finale duikbeweging enigszins te kunnen vastleggen. Later zien wij nog een andere bultrug die wij geruime tijd kunnen volgen.


Met een voldaan gevoel rijden wij naar de reeds volle camping in Heiderbar















donderdag 11 juli 2019

Voet aan wal in IJsland

In Torshavn gaat een gedeelte van de passagiers van boord en komen er weer anderen aan boord.
Wij vertrekken in de mist. Maar na een tijdje trekt deze wat op en zijn aan weerszijden de eilanden van Far Oer zichtbaar. Steil aflopende groene hellingen met hier en daar een huisje. De toppen zijn nog in mist gehuld. 

Geheel volgens schema meren wij om 9:30 uur af in Seydisfjordur.
De douane afhandeling gaat erg simpel. Twee vrouwelijke beambten staan tussen de langzaam rijdende stroom auto’s en campers die door de veerboot zijn uitgebraakt. Af en toe houden ze iemand staande en stellen een vraag, zoals aan mij; “Hoe lang blijft u op IJsland?” Antwoord; “Ongeveer drie weken” “Ik wens u een prettig verblijf”. Ook de speurende ogen van de politie zien geen aanleiding om mij uit de rij te halen. An, die te voet van boord is gegaan, staat al geduldig te wachten op een lift.

In Egelstadir doen wij inkopen in de welvoorziene supermarkt. Er is voldoende keuze in groente en fruit, vlees en vis. Vleesvervangers zijn wat minder gangbaar in dit land waar vis en lamsvlees de boventoon voeren. De prijzen liggen hier gemiddeld toch wel een stuk hoger dan in Nederland. Bijzonder is dat de winkel ook een enorme hoeveelheid wol verkoopt! Voor de lange winter?

Wij hebben lang getwijfeld of wij tegen de klok in dan wel met de klok mee rond IJsland zouden rijden. Het weerbericht voor het zuiden was regen dus het wordt tegen de klok in. De rondweg heeft als nummer, 1. De tamelijk smalle weg voert ons door een kaal en wijds landschap. Af en toe wat schapen of paarden en overal water in de vorm van snelstromende beekjes, kleine plasjes en af en toe een meertje. En dan onze eerste waterval, de 139 m hoge Rjukandafoss.

Om de camping te bereiken, verlaten wij de 1 en gaan links een steenslagweg op die ons naar Mödrudalur voert, de hoogst gelegen boerderij (469 m en nu een vakantieverblijf) van IJsland. Het is een kleine buurtschap met een café, een camping en een kerkje. Die laatste is in 1949 gebouwd door de boer Jón A. Stefánsson zelf. Ook het altaarstuk is van zijn hand. 

Wij zetten de camper aan de rand van de wijdse hoogvlakte die begroeid is met een vegetatie van grassen, bloeiende planten en dwergheesters. Bonte strandlopers reageren gealarmeerd als ik het gebied ga verkennen. Even verderop een Goudplevier die mij ook van snode plannen verdenkt. In de verte klinkt het rollende geluid van de Wulp.


De camping is redelijk bezet. Er is WiFi bij de receptie en het sanitair is prima m.u.v. de enige douche die nog functioneert en vies is. Een keer niet douchen is ook geen ramp.

















woensdag 10 juli 2019

Per veerboot naar IJsland

Geduld is een schone zaak als je met een populaire ferry gaat reizen. Allereerst is het de kunst om in de goede rij te gaan staan. Dat lukt in eerste instantie niet totdat wij het bord aan het begin van de rij kunnen lezen, Frederikshaven. Snel switchen naar de juiste rij. Het wachten wordt veraangenaamd door muziek van een Deense Jazz-zender en door het bekijken van de soms vreemdsoortige vier-wiel-aangedreven voertuigen die de ambitie uitstralen de nog niet ontdekte binnenlanden van IJsland in kaart te gaan brengen. Na de boekingscontrole wordt de bonte verzameling rollend materieel teruggebracht tot drie categorieën die ieder hun eigen rijen krijgen toegewezen. Ik kan nauwelijks geloven dat al die auto’s een plekje kunnen vinden in het scheepsruim. Maar eenmaal binnen blijkt er nog heel veel ruimte te zijn. Desondanks worden wij gemaand om de auto zo strak mogelijk te parkeren op centimeters van de reeds geparkeerde auto’s.

De Nörrona
Het is een ideale dag om te varen. Een strak blauwe lucht en een stevige bries geven iedereen het gevoel een cruise te gaan maken. Het schip kent meerdere bars en restaurants. Aan boord is het een voortdurend verplaatsen van het promenadedek naar de hut en dan weer naar een van de zitgelegenheden. Veel lezen en af en toe de zee afspeuren. Ook vandaag zijn er weer tal van tall ships onder vol tuig te zien. Wij varen geruime tijd langs de Noorse kust. Morgenochtend zullen wij in alle vroegte de Shetlands passeren.

Na een prima nachtrust en een uitgebreid ontbijt zoek ik een plekje in de buitenlucht. De zon schijnt en er is geen wind, kortom heerlijk om in een dekstoel te zitten en de zee te observeren. De Shetlands zijn nog goed zichtbaar. Jan-van-Genten vliegen langs waarschijnlijk om vis te vangen voor het thuisfront. Op de horizon wordt een booreiland door een zestal sleepboten naar een nieuwe positie gesleept. De lucht begint te betrekken en het zicht verslechtert. Een voorbode van IJslands weer?

Een vrouwelijk bemanningslid geeft een uitstekende lezing over de IJslandse taal. Daarna is er een IJslandse film over twee broers die zielsveel van schapen houden maar elkaar al 40 jaar niet spreken hoewel ze naast elkaar wonen. Maar door allerlei dramatische gebeurtenissen groeien ze toch weer naar elkaar toe.


Wij zijn nu halverwege de Shetland en de Far Oer eilanden waar wij straks een tussenstop maken. De veerboot is uitgerust met allerlei apparatuur die continu gegevens verzamelt over de stroming, het zoutgehalte en de temperatuurvariatie van het zeewater.

Net aangekomen voor een tussenstop op de Far Oer eilanden in de haven van Torshavn. Het zicht  is  slecht en het miezert. Maar er is wel even internet en dus de mogelijkheid om dit bericht te uploaden. In de haven wordt hard getraind door sloeproeiers.