De Askja, de grote meest bekende krater midden op IJsland, heeft onze belangstelling. Maar de enige manier om er te komen is een Four-wheel-drive (4WD). Helaas is de 4WD bus voor vandaag volgeboekt. Maar van de nood een deugd makend, boeken wij een vlucht met een klein vliegtuig. Samen met een Frans stel wringen wij ons in de kleine stoeltjes. Koptelefoon op om de uitleg van de piloot te volgen en het motorlawaai buiten te sluiten. En dan gaan wij de lucht in. Over het stille Myvatn meer, over het enorme uitgestrekte lavaveld Ódádahraun, tussen de Sellandafjall en de Bláfjall, twee oude vulkanen, door naar de Askja.
Wij vliegen de krater in en zweven over het spiegelende blauwe water waarin de kraterwand wordt weerspiegeld. Er ligt nog veel sneeuw op de caldera. Naast het kratermeer is nog een klein melkwit vulkaanmeer van de Viti, met redelijk warm water. Daarin hadden wij een bad willen nemen maar nu moeten wij vanuit de hoogte toezien dat het twee anderen wel gelukt is om “de Hel” te bereiken.
Voorbij de Askja is de vulkaanmond te zien van de laatste uitbarsting (2014 - 2015) op IJsland die ook bij ons het nieuws haalde vanwege de enorme aswolken die het vliegverkeer hinderden. De uitvloeiende lava stuitte op een deel van een gletsjer die smolt en de temperatuur van het rivierwater liep op tot 30 graden. De zwarte verse lava steekt af tegen de oudere grauwgrijze lava.
De Herdubreid wordt wel de mooiste berg van het land genoemd. Helaas is de top onzichtbaar door een laaghangende wolk die als een mist-muts over de top van de berg hangt.
Nog een krater en wel een heel fraaie is de Hverfell. Die gaan wij straks beklimmen. Verder over de zwavelvelden naar de Krafla en de krachtcentrale die wij gisteren hebben bezocht. Zelfs de parkeerplaats met het wasbakje en de permanent warmwater sproeiende douche is beneden te zien.
In de daling vliegen wij over de camping en maken een perfecte landing. Prachtige tocht!
Na de lunch is het tijd voor de zondagse wandeling. De al eerder genoemde Hverfell ligt vlakbij Reykjahlid. Deze ongeveer 2.500 jaar oude vulkaan is fraai van vorm en staat solo in het landschap. Via een steil pad bereiken wij de rand van vulkaanmond. Je kunt de hele caldera rand rondlopen.
Wij trekken weer verder richting Akureyri met een tussenstop bij de Godafoss waterval. Als wij tenslotte uit de net nieuwe 7km lange tunnel weer daglicht zien ligt daar de stad Akureyri aan de overkant van het water. De stad is groter dan verwacht en op twee grote cruiseschepen aan de kade hadden wij helemaal niet gerekend.
De camping is snel gevonden en terwijl An zich meldt bij de receptie betaal ik het tolgeld van de tunnel. Dat kan uitsluitend via internet en moet binnen 3 uur na de passage worden voldaan. Ben je te laat dan volgt ook nog een boete.
Camping Hamrar heeft meer dan genoeg plaats. Qua weer ligt het beste deel van de dag alweer achter ons want al spoedig betrekt de hemel en even later tikt de regen gestaag op het tentdoek van ons uitklapdak.












spectaculair wauw
BeantwoordenVerwijderen