De regen is weggetrokken, het belooft weer een mooie dag te worden. Naast ons is een gedeelte van het terrein afgezet, waarschijnlijk omdat er vogels broeden. Weer hoor ik dat merkwaardige “hoverend” geluid dat ik al vaker hoorde maar niet kon herleiden tot de veroorzaker. Ditmaal hoor ik het vlak boven mij. Het is een steltloper die in de vlucht af en toe versnelt en met zijn vleugels dan dat vreemde geluid maakt. Hij landt in het lange gras en ik zie alleen de fijn getekende kop en de rechte snavel. Later ontdek ik dat het een watersnip moet zijn.
Akureyri is de grootste stad van het noorden van IJsland. Er heerst een relaxte sfeer. In An is het jachtinstinct ontwaakt om een rode fleecetrui te scoren. De ervaring leert mij dat ik dan beter iets voor mij zelf kan gaan doen, in dit geval wat foto’s maken van de omgeving. An’s zoektocht heeft succes, een fraaie trui met een dieprode kleur is de ‘catch of the day’.
De rode stoplichten hebben de vorm van een hart! Dat is ontstaan in de tijd van de crisis (2008) toen iedereen behoefte had aan iets om het gewone leven draaglijker te maken.
Het Akureyri Art Museum is een leuk museum. Wie boven de 67 jaar is mag gratis naar binnen!
Mooi gebouw in Bauhaus stijl met ruime lichte zalen waarin de kunst alle ruimte krijgt. Het meest verrassend is het werk van Magnús Helgason (1977) die is opgeleid aan de AKI in Enschede. Met een kinderlijke onbevangenheid maakt hij grappige constructies waarbij hij een sterke magneet combineert met nylondraad, schuursponsjes, flesjes, spijkers en een vork.
Wij zijn precies op tijd om over te varen naar het eilandje Hrisey voor de kust van Dalvik. Er wonen zo’n 70 - 80 personen in de winter maar zomers zijn het er wel wat meer. Voor wij aan de wandeling beginnen, eten wij fish & chips in restaurant Brekka. De man die ons bedient is een wat vreemde vogel, verlegen en met overal tattoo’s maar zeer innemend. Hij werkt hier twee maanden per jaar voor de rest van het jaar is hij werkeloos. Wij hebben een aardig gesprek en hij geeft ons een folder waarop de wandelingen staan. De sneeuwhoen, die wij helaas niet zien, valt zomers niet op tussen de begroeiing door een perfecte gespikkelde bruine veerentooi en is s’winters helemaal wit.
Het heuvelachtige gebied met heide en berkenbosjes is afwisselend. Er broeden heel veel Noorse sterns die in een constante stroom aankomen vliegen met een visje voor de jongen. We zien koperwieken, goudplevieren, wulpen en kleine jagers.
De veerboot brengt ons terug naar de vaste wal. Dalvik is vandaag ons eindpunt.

















wat leuk die foto met vier van jullie 😁 die popjes lijken wel legopopjes
BeantwoordenVerwijderen